Boek

Chocoladetranen

Chocoladetranen
×
Chocoladetranen
Boek

Chocoladetranen

Nederlands
2004
Volwassenen
De poëzie als middel van vervoering In de nieuwe bundel van Antoine de Kom komt een bonte reeks figuren uit het verleden op het toneel, meestal als aangesproken persoon. Catullus, Cesare Borgia, Slauerhoff, Hitler, Pasternak, Juana de Ibarbourou, Hadewijch, Cheung -- wie? En dan hebben we het nog niet eens over de naamlozen, zoals die met hagelslag uit het titelgedicht, en natuurlijk de Surinamer…
De poëzie als middel van vervoering In de nieuwe bundel van Antoine de Kom komt een bonte reeks figuren uit het verleden op het toneel, meestal als aangesproken persoon. Catullus, Cesare Borgia, Slauerhoff, Hitler, Pasternak, Juana de Ibarbourou, Hadewijch, Cheung -- wie? En dan hebben we het nog niet eens over de naamlozen, zoals die met hagelslag uit het titelgedicht, en natuurlijk de Surinamers, want het land van De Koms jeugd is nooit ver weg. Ze worden toegesproken of niet, maar het gebeurt steeds meeslepend, in een lyrisch-dramatische en dan weer onverwacht intieme stijl die zijn weerga in de hedendaagse Nederlandse poëzie niet heeft. Versnellingen, vertragingen, fluisteringen, woede -- alles weet De Kom met zuiver poëtische middelen te bewerkstelligen. Wie door de dichtkunst weer eens werkelijk in vervoering wil worden gebracht, mag zich deze Chocoladetranen niet laten ontgaan.
Genre Gedichten
Titel Chocoladetranen / Antoine A.R. de Kom
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: Querido, 2004
48 p.
ISBN 90-214-7015-2

Leeswolf

Antoine de Kom schrijft een lyriek die sterk gericht is op de lezer. De verzen uit Chocoladetranen hebben steevast een aangesprokene voor ogen, die wordt aanroepen, geconfronteerd met vragen of bevelene. Dat verleent aan deze poëzie een soort van oraal karakter, waardoor het moeilijk wordt om zich als lezer afstandelijk te onttrekken aan wat gezegd wordt. Uiteraard is die jij-figuur ook een afsplitsing van het dichterlijke ik zelf. Tegelijk echter verschuilt die dichter zich in deze bundel achter uiteenlopende figuren uit de geschiedenis. Daardoor ontstaat een bijzonder theatrale lyriek waarbij als het ware diverse situaties en personen ten tonele worden gevoerd. Het openingsvers voert bv. de Romeinse dichter Catullus op; in vergelijking met hem kan de hedendaagse dichter, vanuit zijn onzekere en verbrokkelde positie, enkel dromen van een gedicht dat zonder meer 'af' is. Die relativerende, maar tegelijk gedreven spanning tussen verleden en heden, tussen voorbeeld en ik domineert in vrijwel alle gedichten. Van Hitler tot Slauerhoff of Boris Pasternak, alle figureren ze voor de onrust en de zoektocht van de dichter naar een eigen persoonlijkheid, naar een vorm van rust die in se onvindbaar is en moet blijven. Die thematiek wordt hier verwoord in een al even rusteloze stijl, doordat de dichter vragen aan vragen rijgt, van beeld naar beeld associeert; soms maakt het vers inderdaad een vrij bandeloze en improvisatorische indruk, net zoals een monoloog op het theater. Tegelijk heeft De Kom echter het vakmanschap om die ordeloosheid optimaal te beheersen. De verscheidenheid aan thema's en motieven, aan stijlen en registers verleent aan deze bundel duidelijk een meerwaarde. Chocoladetranen biedt in dit opzicht een fraaie staalkaart van het kunnen van de dichter. [Dirk De Geest]

NBD Biblion

T. van Deel
Antoine de Kom lijkt zich in elk van zijn - nu - vier bundels anders te gedragen, wat valt af te lezen aan de vorm van zijn gedichten. Traditioneel begonnen met 'Tropen' kwam al gauw het vormexperiment opdagen, dat in 'Zebrahoeven' een spel met het wit oplevert. De nieuwste bundel benut het wit niet meer en bestaat uit hoofdletterloze, wel soms van punten voorziene teksten met ongeregelde regellengte, soms gecentreerd afgedrukt. Binnen die tekststroom geeft De Kom zijn verbeelding en de taal vrij spel. Er is vaak weinig verband te veronderstellen tussen het gedicht en een mogelijke werkelijkheid, al dringt geregeld het Suriname van De Koms jeugd tot de tekst door. In de meeste gedichten wordt een 'je' aangesproken (soms met name: Catullus, Cesare Borgia, Slauerhoff, Hitler, Pasternak, Hadewijch o.a.). Het gedicht dat de titel opleverde, begint ritmisch en klankmatig op een voor De Kom karakteristieke manier: 'en als / je ogen droogjes tranen / chocoladetranen tranen / wemelt het van hagelslag / op je gezicht dat schrompelen tot lach / en leer: wat is dat nat bruin / gapen waar je niet aan went?' Moeilijke, maar zeker intrigerende poëzie.