Boek

Western : gedichten

Western : gedichten
×
Western : gedichten Western : gedichten
Boek

Western : gedichten

Nederlands
2017
Volwassenen
Een vrouw is belust op wraak. Na een moeizame jeugd in een obscuur dorp, een wisselvallig liefdesleven en een hobbelig arbeidsparcours spreekt ze over de mensen en ervaringen die haar ooit het leven zuur maakten. Eerherstel en erkenning krijgen is haar doel.Western is een dichtbundel vol spanning en avontuur. Met haar uitzinnige taalgebruik schept Delphine Lecompte wederom een wereld die vol is va…
Een vrouw is belust op wraak. Na een moeizame jeugd in een obscuur dorp, een wisselvallig liefdesleven en een hobbelig arbeidsparcours spreekt ze over de mensen en ervaringen die haar ooit het leven zuur maakten. Eerherstel en erkenning krijgen is haar doel.

Western is een dichtbundel vol spanning en avontuur. Met haar uitzinnige taalgebruik schept Delphine Lecompte wederom een wereld die vol is van woede en gekte, maar ook van bezinning en liefde. Ze daagt zichzelf uit als dichter, is soms genadeloos, dan weer gevoelig, en ze formuleert een antwoord op de vraag: hoeveel cowboy schuilt er in de mens?



's Nachts bedrijven we de liefde

Om de ogen van de sterren uit te steken

De sterren zijn niet onder de indruk

Wij ook niet

Genre Gedichten
Titel Western : gedichten
Auteur Delphine Lecompte 1978-
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: De Bezige Bij, 2017
116 p.
ISBN 9789023463139

De Morgen

Elke bundel een feest
Ellen Deckwitz - 20 september 2017

Afgelopen maand verscheen Western, de nieuwe bundel van de Vlaamse dichteres Delphine Lecompte. Waar de meeste poëten gemiddeld vier jaar over een werkje van amper zestig pagina's doen, heeft Lecompte sinds haar poëziedebuut in 2009 zes bundels uitgebracht van gemiddeld over de honderd bladzijden. Dat is veel. Goed, vergeleken met schrijvers als de Spaanse Corín Tellado (1927-2009), die bij leven meer dan vijfduizend werken publiceerde, valt de productiviteit van Lecompte mee, maar ik ken geen andere levende dichter die zoveel schrijft als zij.

Die productiviteit is bewonderenswaardig, maar kan ook voor ongeloof zorgen. Toen een kennis hoorde dat Lecompte een nieuwe bundel uit had, zei hij: "Die schrijft zoveel. Dat kan niet goed zijn." Het zette me aan het denken. Ik heb iedere bundel van Lecompte gelezen, en ze zijn allemaal sterk. Wat mijn kennis misschien tegen de borst stuitte, was dat de dichteres een onmiskenbaar eigen stem en stijl heeft. Onwelwillenden zouden dan kunnen zeggen dat ze telkens hetzelfde schrijft, en doordat ze zoveel schrijft, is er ongevraagde herhaling en dus overdaad.

Het is waar dat het werk van Lecompte een aantal vaste elementen bevat: anekdotiek gepaard met gekte, seks en geweld. In ieder gedicht zitten absurd aandoende adjectieven ('necrofiele tegelzetter', 'zieltogende zuivelfabriek', 'anemische taxidermist'), obscure beroepen (touwslagers, stierenvechters, kruisboogschutters) en harde grappen ('Wat was De Panne saai in de zomer... alle pedofiele tuinmannen lagen in hangmatten hun eeltknobbels te tellen'). Ook de vorm is constant: vrij vers volgens een vaste formule: vijf á zes strofen die elk doorgaans uit vijf lange regels bestaan, de slotstrofe is vaak iets korter.

Omdat de gedichten qua vorm en inhoud op elkaar lijken, kunnen sommigen denken dat er geen ontwikkeling in zit. Dat is natuurlijk onzin: de sonnetten 'Insomnia' van J.C. Bloem en 'Woningloze' van Slauerhoff hebben dezelfde vorm en gaan beide over de dood, maar daar houdt de vergelijking dan ook wel op. Zo kunnen ook de gedichten van Lecompte op zichzelf staan. Elk vertelt iets nieuws. En door het telkens terugkeren van personages en themata, ontspint zich in iedere bundel een eigen verhaal.

Het werk doet aanvankelijk absurd aan, maar is bij herlezing tragisch. Want wat als het waar is? Wat als De Panne daadwerkelijk vol pedofiele tuinmannen zit? En dat er echt een 'analfabetische jongenshoer' wordt verkracht door een 'gierige wafelverkoper met barokke oren'? En net wanneer je denkt dat de bundels van Lecompte stiekem tranendallen zijn, blijkt er ook weer een vitaliteit uit te spreken: 'ik wil hem niet uitleggen dat veiligheid alles vergalt'. Die meerlagigheid maakt van elke bundel een feest. Bovendien, en dat doen weinig dichters haar na: in elk gedicht zit wel een goede regel of observatie. En dat tientallen verzen achter elkaar.

Lijkt Western op Lecomptes vorige werk? Jazeker. Maar dat maakt het niet minder de moeite waard. Sterker nog: dit is haar beste bundel tot nu toe. Het is parels duiken in deze gedichten. Laat Lecompte nog heel lang blijven doen wat ze doet. Want ze doet het verdomde goed.

Hij neemt me mee, ik ben niet weerloos

Hij neemt me mee, ik ben negen en wreed

Ik krijg een glas grenadine op hetzelfde terras

Waar Amelia Earhart haar laatste punt rijsttaart

heeft verorberd

Hij is mijn leraar aardrijkskunde, hij weet te

weinig over jurastenen om mij te hypnotiseren

Er zit een beetje alcohol in mijn drank,

de waard en de leraar hebben een pact.

Een pact of een plan, ik lig op een breed bed,

links de leraar,

Achter de camera de waard, en op de gordijnen

een vochtvlek

Die met veel goede wil op Jeanne d'Arc lijkt,

veel goede wil is onontbeerlijk

Ze veranderen van plaats, en nu lijkt

de vochtvlek op een lieftallig hoefdier

Dat is uitgestorven omdat het weigerde

zijn vleugels af te staan aan het zwijn.

Het zwijn mocht voortleven, maar het hoefdier

werd uitgewist

Hij brengt me terug, ik ben negen en heel

Ik krijg een emmer en een ring, ik verlies

de ring in het zand

Ik vul de emmer met zeesterren, ik vergeet

de emmer, ze sterven

Mijn grootouders zeggen dat ik stil geworden

ben, ik zeg dat ik het juratijdperk mis.

Hij neemt me mee, ik ben negentien

en wraakzuchtig

Op een ander terras breek ik opzettelijk

een gelijkaardig glas

Er klotst een aanzienlijke hoeveelheid alcohol

in mijn bloedstroom

Hij is de leraar van niemand, hij weet

te veel over mijn lijf om te ontkomen

Ik snijd zijn keel over, de waard werpt

de video gedwee in de haard.

Ik keer terug naar het gesticht, ik ben

negentien en met velen

Platgespoten in de isolatiecel word ik

bezocht door een lieftallig hoefdier

Ze kan nooit sterven, ze kan nooit niet vliegen,

ze mag mij altijd meenemen.


de Bezige Bij, 2017.

NBD Biblion

M. Wittebol
Western is als een film, ‘directed by’ deze Vlaamse dichteres. De lange gedichten zijn absurdistische schetsen van haar leven. Dichten is haar leven, maakt het bestaan lichter en biedt een mogelijkheid voor (h)erkenning. Ze is daar dader, slachtoffer en boetedoener. In haar eerste gedicht zegt ze: 'Ik schrijf het liefst kwade overdadige gedichten, dan word ik gelezen.' Haar gedichten zijn heerlijk grof, wars van fatsoen. Ze overdrijft en het plastische vocabulaire maakt haar spot eerder hilarisch dan plat. 'Zonder verdoving trek ik ten dode opgeschreven kikkervisjes uit zijn fiere, gespierde schilderskruis.' In haar woordgeweld schuilt kwetsbaarheid en authenticiteit. 'Kan het iemand iets schelen dat ik op de verkeerde manier kapot ga?' Haar poëzie is nergens vrolijk, toch ervaar je ook passie voor de taal en het leven. Met absurde karakters brengt ze je aan het lachen. De zorgvuldig gekozen bijvoeglijke naamwoorden zetten eigenzinnige personages neer, zoals de ‘morose windhondenfokker’, de ‘ontslagen kraanmachinist’ en de (terugkerende) ‘oude kruisboogschieter’.