Nagelaten geschriften
Details
Onderwerp
Individualisme
Extra onderwerp
Titel
Pleidooi voor individualisme
Auteur
Dirk Verhofstadt
Taal
Nederlands
Uitgever
Antwerpen: Houtekiet, 2004
159 p.
159 p.
ISBN
90-5240-766-5
Besprekingen
Leeswolf
Individualisme is een vorm van zichzelf bewust buiten de collectiviteit plaatsen. Het is een…
Individualisme is een vorm van zichzelf bewust buiten de collectiviteit plaatsen. Het is een persoonlijk ageren tegen vormen van uniformiteit, banaliteit en mediocriteit... Collectieve identiteit is een vals begrip en zorgt voor ontmenselijking. Het vernedert de mens tot een mechanisch radertje in een groter wiel". Dirk Verhofstadt, broer van de premier, is de ideoloog van de links-liberale vleugel van de VLD. Hij is de drijvende kracht achter de onafhankelijke denktank Liberales, die het liberalisme beschouwt als een progressieve beweging die opkomt voor de vrijheid van het individu, rechtvaardigheid en mensenrechten. Liberales zet zich af tegen het bekrompen conservatisme op sociaal-economisch, ecologisch en ethisch vlak van de verzuilde partijen en structuren. De leden geloven in de eigenheid, de zelfontplooiing en de kracht van de mens om als ontvoogd individu verantwoordelijkheid op te nemen in de samenleving. Die hoogdravende opdrachtverklaring wordt uitstekend ingevuld in het nieuwe, vlotgeschreven essay Pleidooi voor individualisme. Verhofstadt ontwaart een soort anti-individualistisch monsterverbond tussen neo-marxisten, linkse intellectuelen à la Elchardus, conservatieve nationalisten en religieuze groeperingen. Elk vanuit hun eigen logica, willen zij de gemeenschap opnieuw boven het individu plaatsen. Zij stellen individualisme gelijk met egoïsme, onverschilligheid, consumentisme en hedonisme. Verhofstadt gaat daar radicaal tegen in. Verlichte denkers als Locke en Hume zagen het individualisme reeds als motor voor een rechtvaardigere en betere wereld. In tegenstelling tot het dogmatische denken van die tijd beklemtoonden zij het belang van de onvervreemdbare individuele rechten waarover individuen zelfstandig konden beschikken en op grond waarvan ze vrijwillige overeenkomsten konden sluiten. Sinds de Verlichting is onze maatschappij met ups en downs steeds individualistischer geworden. De downs situeren zich vooral in de vorige eeuw, met als dieptepunten het communisme en het fascisme, gruwelijke systemen die het individu negeerden. Een beslissende up in de weg naar meer individualisme is volgens Verhofstadt de mei '68-beweging, die hij als emanciperend en decollectiviserend omschrijft.
Het boek is één langgerekt pleidooi voor de erkenning van de waarde van het individualisme als positieve kracht die leidt tot zelfontplooiing, zelfredzaamheid en bevrijding uit traditionele verbanden, zuilen en structuren. Na een definiëring en een historisch overzicht van het begrip, zet hij individualisme af tegenover egoïsme en consumentisme, waar het vaak mee wordt gelijkgeschakeld. Vervolgens plaatst hij de emancipatorische kracht van het individualisme tegenover de islam en het christendom als verknechtende godsdiensten: "Juist het loskoppelen van het persoonlijk geweten van geloof in de absolute waarheid biedt een uitweg naar een hogere moraal". In een knap slothoofdstuk stelt hij de vraag naar de universaliteit van de moraal en ethiek. Hij toont zich hier een aanhanger van de spraakmakende Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur. De universaliteit van de rechten en vrijheden van het individu staan diametraal tegenover cultuurrelativisme, nationalisme en etnocentrisme. De rechten van individuen gaan steeds voor op de rechten van gemeenschappen, zelfs al druisen die in tegen bepaalde eeuwenlange gewoontes en tradities. Universaliteit en individualisme gaan hand in hand.
Verhofstadts boek steekt met kop en schouders boven het gemiddelde politieke boek uit. Jammer is wel dat er louter op theoretisch niveau wordt gediscussieerd en er op geen enkele wijze naar het beleidsniveau teruggekoppeld wordt. Die steriliteit wordt nog versterkt door de citatenaaneenrijging in het boek. Tientallen knappe auteurs en publicisten uit alle tijdvakken passeren de revue en bewijzen ten overvloede Verhofstadts belezenheid en eruditie. Anderzijds werkt die overvloed soms verlammend op het betoog. De polemiserende kracht van dat betoog wordt dan weer versterkt door Verhofstadts uiterst schematiserende, soms karikaturale aanpak: collectivisme wordt nogal snel op één ideologisch hoopje geveegd en verbonden met figuren als Stalin, Mao en Hitler. Het is echter het kenmerk van een goed polemisch essay dat op het (vuile) randje wordt gespeeld. [Gunter Bousset]
Het boek is één langgerekt pleidooi voor de erkenning van de waarde van het individualisme als positieve kracht die leidt tot zelfontplooiing, zelfredzaamheid en bevrijding uit traditionele verbanden, zuilen en structuren. Na een definiëring en een historisch overzicht van het begrip, zet hij individualisme af tegenover egoïsme en consumentisme, waar het vaak mee wordt gelijkgeschakeld. Vervolgens plaatst hij de emancipatorische kracht van het individualisme tegenover de islam en het christendom als verknechtende godsdiensten: "Juist het loskoppelen van het persoonlijk geweten van geloof in de absolute waarheid biedt een uitweg naar een hogere moraal". In een knap slothoofdstuk stelt hij de vraag naar de universaliteit van de moraal en ethiek. Hij toont zich hier een aanhanger van de spraakmakende Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur. De universaliteit van de rechten en vrijheden van het individu staan diametraal tegenover cultuurrelativisme, nationalisme en etnocentrisme. De rechten van individuen gaan steeds voor op de rechten van gemeenschappen, zelfs al druisen die in tegen bepaalde eeuwenlange gewoontes en tradities. Universaliteit en individualisme gaan hand in hand.
Verhofstadts boek steekt met kop en schouders boven het gemiddelde politieke boek uit. Jammer is wel dat er louter op theoretisch niveau wordt gediscussieerd en er op geen enkele wijze naar het beleidsniveau teruggekoppeld wordt. Die steriliteit wordt nog versterkt door de citatenaaneenrijging in het boek. Tientallen knappe auteurs en publicisten uit alle tijdvakken passeren de revue en bewijzen ten overvloede Verhofstadts belezenheid en eruditie. Anderzijds werkt die overvloed soms verlammend op het betoog. De polemiserende kracht van dat betoog wordt dan weer versterkt door Verhofstadts uiterst schematiserende, soms karikaturale aanpak: collectivisme wordt nogal snel op één ideologisch hoopje geveegd en verbonden met figuren als Stalin, Mao en Hitler. Het is echter het kenmerk van een goed polemisch essay dat op het (vuile) randje wordt gespeeld. [Gunter Bousset]
NBD Biblion
Drs. IJ. Hoetjes
Conform de titel bepleit de Vlaamse liberaal publicist Verhofstadt geestdriftig en soms provocerend…
Conform de titel bepleit de Vlaamse liberaal publicist Verhofstadt geestdriftig en soms provocerend de vrijheid van het individu. Als progressieve liberaal levert hij weerwoord aan ideologische tegenstanders, met name antiglobalisten. Het gedachtegoed aan de linkerzijde en in behoudende hoek wordt door hem betiteld als 'de mens wantrouwend'. Leunend op onder anderen de filosoof Rawls en verwijzend naar geestverwanten Hirsi Ali en Cliteur stelt Verhofstadt dat individualisme solidariteit juist versterkt. Na een definitie van individualisme pleit de auteur in tot de publieke verbeelding sprekende thema's als 'markt en consument' en 'islam en christendom' tegen onderdrukking en voor marktwerking en universele toepassing van individualisme. Talloze verwijzingen naar gewichtige namen uit onder andere internationale literatuur, politiek en filosofie worden opgedist om het pleidooi kracht bij te zetten. Hoewel minder dan in Verhofstadts vorige boek ('Het menselijk liberalisme', 2002*) is dit erudiet vertoon voor de kern soms meer verhullend dan onderbouwend, zeker voor de lezer die niet dezelfde boekenkast heeft doorgewerkt. De bekende liberale auteur wil duidelijk reacties wil oproepen; het boek is gekleurd maar daardoor niet minder interessant.