Kokanje
×
Kokanje Kokanje
Nederlands
2022
Volwassenen
Land van Kokanje, ook wel bekend als Luilekkerland, is een sprookjesland van overvloed, waar koeken aan de bomen groeien en gebraden duiven je in de mond vliegen. De weg erheen is lang en vol hindernissen want hij voert dwars door ons dagelijks leven. En we weten allemaal hoe het daar is. Luilekkerland is een fantasie geboren ten tijde van de pest en hongersnood. Mensen die worstelen om in leven …
Land van Kokanje, ook wel bekend als Luilekkerland, is een sprookjesland van overvloed, waar koeken aan de bomen groeien en gebraden duiven je in de mond vliegen. De weg erheen is lang en vol hindernissen want hij voert dwars door ons dagelijks leven. En we weten allemaal hoe het daar is.

Luilekkerland is een fantasie geboren ten tijde van de pest en hongersnood. Mensen die worstelen om in leven te blijven hebben weinig aan het ascetische, spirituele ideaal van het paradijs. De levenshouding van opofferingsgezindheid en het ophemelen van leed bleek niet zo’n goed ideaal, en dus verzinnen ze hun eigen antiparadijs. Een utopie die wél past bij wat mensen nou eenmaal willen en hoe mensen zijn.

De bundel Kokanje wil de wereldse geneugten serieus nemen en hier ruimte voor maken in het leven van de geest. Voorbij moralisme en zuiverheid kiezen voor behoefte en plezier. Overvloed is mogelijk, maar we moeten er wel voor vechten.
Genre Gedichten
Titel Kokanje
Auteur Hannah van Binsbergen 1993-
Taal Nederlands
Uitgever Amsterdam: Uitgeverij Pluim, 2022
71 p.
ISBN 9789493256767

De Volkskrant

Een donker, dreigend luilekkerland
Geertjan De Vugt - 05 november 2022

Leven in luilekkerland, wie zou dat niet willen? Je schijnt er de hele dag onder een boom te mogen liggen, aan werken wordt niet eens gedacht. De honing stroomt er tegen een berg op. En aan de takken van de lindebomen hangen warme pannekoeken. Iedereen is er gelijk. Sinds de Middeleeuwen geldt het sprookje van luilekkerland als een droombeeld, een onbereikbare wereld. Maar in Kokanje schetst Hannah van Binsbergen een geheel eigen versie van deze utopie. De bundel begint met de woorden 'Des hemels niet'. Nou, berg je dan maar.

In 2017 werd Van Binsbergen bekroond met de VSB Poëzieprijs voor haar debuut Kwaad gesternte. In haar tweede, eigenzinnig dreigende bundel Kokanje voert Van Binsbergen de lezer door een luilekkerland dat een donkere allegorie vormt op het tijdsgewricht. De mens is een onverzadigbaar wezen. Een collectief van dat soort wezens zou je met de dichter een 'mistig we' kunnen noemen 'dat zonder maat de trom slaat'. Mateloos dus, en in een roes verkerend, zo is de mensheid. In de bundel, die lichtjes lijkt te spelen met een narratief plot, wordt al snel duidelijk dat het paradijs onbereikbaar is: 'het is omheind', de weg erheen 'bespookt door taken', niet veilig, er woedt een toorn, er klinkt gedonder en 'jij en ik' en al het andere gajes - Van Binsbergen spreekt van 'heffe' - komen er niet in. 'alleen de leegste zielen waaien op naar de onsterfelijkheid', schrijft Van Binsbergen in een van die schitterende regels die haar poëzie zo kenmerken.

Soms neemt het sprookje van luilekkerland de vorm van een reisverslag aan. Ook Van Binsbergen speelt met die vorm. Want haar lyrisch ik vertrekt 'in de wijnmaand' - er wordt wat afgezopen in deze bundel - en vormt samen met haar vrienden 'een wellevende plaag, een feest op poten'. Onderwijl leert de lezer over 'de rotgang der geschiedenis' die aanving met verkaveling en bouw. Met de introductie van het eigendom, zoals Jean-Jacques Rousseau eens heeft beweerd, begint de menselijke ellende. Het introduceert ongelijkheid. Het is de oorzaak van moorden, misdaden en oorlogen. De filosoof waarschuwde zijn lezers: 'U bent verloren als u vergeet dat de vruchten van allen zijn, en dat de Aarde van niemand is.' Die waarschuwing was duidelijk aan dovemansoren gericht. Zie het tij nog maar eens te keren.

Maar het goddeloze collectief komt er op zeker moment achter dat hun onverzadigbare honger hen in de problemen brengt. Het collectief krijgt last van 'plotselinge hoogtevrees' en ontdekt: 'De voorzienigheid voorziet niet eindeloos. Ik ga maar eens liggen.' Op dat moment vindt er iets opmerkelijks plaats. Uit nood wordt de opvallendste serie gedichten in deze bundel geboren. Want in die tijd van dreigende rampspoed richt het lyrisch ik zich tot god. Ze vraagt om iedereen terug te laten komen, allen tot 'een grote kudde' te vormen en de mensen van rust en regelmaat te voorzien.

Wat volgt zijn pinkstergedichten, oogstgedichten zo je wil, want Pinksteren kan ook worden gezien als het feest van de oogst waarbij de bekeerlingen worden binnengehaald. Van Binsbergen dicht over de Stort, het moment waarop de heilige geest zich uitstort over de mensen en de wereld: 'Vergelijken we een open kraan met een gesprongen leiding,/ dan leren we gelijk twee dingen: storten doe je niet met mate/ en de stort vindt altijd plaats van boven naar beneden.' De Stort lijkt een soort reinigende roes. Kokanje, zoveel is duidelijk, is een bundel over roestoestanden: bacchanaal, kapitalistisch en religieus.

Vorm en inhoud vallen samen in Kokanje. De bundel is een talige dis met woorden die je naar binnen schuift, syntaxis om je op stuk te bijten, zinnen die je dwingen te herkauwen. Soms struikel je over de inversies of word je vooruitgeholpen door rijm. Straattaal ('popo') en religieuze vertogen lopen door elkaar. Vergeten woorden liggen als vergeten groenten op tafel. En toch gaat de bundel nergens aan overdaad ten onder. En er is ook geen moment dat je als lezer even achterover kunt leunen. Overigens wordt dat laatste ook opgemerkt door Van Binsbergen zelf, als ze haar bundel eindigt met: 'Hef bokalen doe het gauw want achter me wordt weer gegeten/ de dans gaat door - ik moet me excuseren.' Ook het feest der onverzadigbaren gaat verder, de goddelijke aanhef ten spijt.

★★★★☆

Pluim; 72 pagina's; € 24,99.

NBD Biblion

Ko van Geemert
Hannah van Binsbergen (1993) debuteerde in 2016 met de dichtbundel ‘Kwaad gesternte’*; haar romandebuut was in 2020: ‘Harpie’**. In deze poëziebundel ‘Kokanje’ vlucht de schrijfster naar Kokanje, een sprookjesachtig Luilekkerland, ontsproten aan de middeleeuwse fantasie in West-Europa: ‘Ik vertrek, hoewel ik niet wijs ben: op mijn eigen stomme ma- / nier ben ik tweehonderdzeventig jaar geworden. O vreugde in het / rijk der levenden te wonen en te eten zolang de lepel in de brijpot / staat.’ In totaal 20 gedichten, de eerste en laatste (vierde) afdeling is getiteld ‘De waarheid in Luilekkerland’. Uit de laatste: ‘Hef bokalen doe het gauw want achter me wordt weer gegeten / de dans gaat door – ik moet me excuseren.’ ‘Kokanje’ is een aardig experiment.