Vissenschild : een episch gedicht
Het uur van de pad : gedichten
Het uur van de pad : gedichten
Nederlands
2012
Volwassenen
Liesbeth Lagemaat publiceert gedichten in verschillende literaire tijdschriften. Zij debuteerde met de bundel Een grimwoud in mijn keel, waarvoor zij de C. Buddingh'-prijs 2005 ontving. Daarna verschenen de bundels Een koorts van glas (2007) en Handlanger - Het witte kind (2009).
Luister. We proberen geheel
uit onszelf en volkomen blank
van geest de pad te definiëren.
Wie de pad kent, hoeft niet …
Meer
Liesbeth Lagemaat publiceert gedichten in verschillende literaire tijdschriften. Zij debuteerde met de bundel Een grimwoud in mijn keel, waarvoor zij de C. Buddingh'-prijs 2005 ontving. Daarna verschenen de bundels Een koorts van glas (2007) en Handlanger - Het witte kind (2009).
Luister. We proberen geheel
uit onszelf en volkomen blank
van geest de pad te definiëren.
Wie de pad kent, hoeft niet bang
meer te zijn.
Minder
Details
Genre
Gedichten
Extra onderwerp
Titel
Het uur van de pad : gedichten
Auteur
Liesbeth Lagemaat
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2012
80 p.
80 p.
ISBN
9789028424562
Besprekingen
Leeswolf
In (www.alligatorzine.be) schrijft de Amerikaanse dichter John Olson: ‘De opgetogenheid van poëzie…
In (www.alligatorzine.be) schrijft de Amerikaanse dichter John Olson: ‘De opgetogenheid van poëzie schuilt in haar gal, haar eclatante irrelevantie en buskruitklinkers, haar katrollen en popcorn en uitzinnige vogels. Ze is transcendent én wild, een energiestoot in een klankschelp. Een luipaard aan ideeën die stiekem door een jungle van woorden sluipt.’ Deze definiëring is zeker van toepassing op de poëzie van Liesbeth Lagemaat. Lagemaat offreert ons een overvolle bundel breedvoerige poëzie: . Haar idioom is barok en af en toe maniëristisch: ‘Aarde = korrel = Babeltoren van manvrouwkind geweeste levens, / geestgrond hier aan de kust ja het zucht. Eet mij. En was.’De bundel is een marathon van exuberante gedichten, doorspekt met springerige anekdotiek en getuigend van een bizar ideeëngoed. Verhalend, grillig badinerend, af en toe dolgedraaid. Oeverloos en eigenwijs vertelt Lagemaat over angst, liefde, dood en vergankelijkheid. De pad kijkt ernaar, argeloos en meedogenloos, dit roerloze ‘kweldier’: ‘En dan zit daar, in de hoek, achter de kwasten bij ‘t gordijn: de pad. / Deus ex machina-pad, huispad, meest geliefd kweldier ooit.’De pad is een anonieme outsider die het leven observeert vanuit zijn stille plek: ‘Ik zit — en dat zitten duurt lang — te verdommen aan de verkeerde kant. / Wie heeft me daar neergezet? Ben ik vergist? Bespogen? Vergeten? / Niet ordentelijk ingecalculeerd?’ De pad wordt beschimpt. Het is een afstotelijk, lelijk dier dat geen bestaansreden heeft: ‘We hebben hem bestempeld inmiddels. Als ondier, vunsziel, kruipende blaasbalg.’ Zijn roerloosheid is een verweer tegen de boze buitenwereld die hem wil uitschakelen: ‘Ik weet het gewoon niet: uit veiligheid (of uit discretie) blijf ik / een zogenaamde steen.’ De tijd is het grondthema van de bundel (de paginering loopt of verloopt in minuten…) en de pad is dé metafoor voor de langzaam voortschrijdende, onvatbare tijd.Er zit veel dreiging en angst in deze verzen, en vaak is er een gekooid gevoel: ‘We bewogen ons en zaten gesloten in een bol van glas.’ Er zijn ‘Woorden / van schrikdraad in de lucht.’ ‘Onze stilte: / een valluik, we trapten onszelf door de bodem, // verdwenen. In niets. In dit laatste wit.’ Onheilspellend rolt de taal een rode loper voor de lezer uit. Tussen dromen en werkelijkheden ontvouwt zich een prettige nachtmerrie.Het boek is ook ‘ondertiteld’: onderaan loopt een band van woorden door als een incantatie. Een wat overbodig ornament dat het geheel typografisch nog zwaarder maakt. Lagemaat ‘speelt’ ook met de gradaties van het lettertype: romein, cursief, vet… Moeilijk te duiden of daar een systeem in zit, maar de lectuur wordt er in ieder geval avontuurlijker door. Vaak lardeert Lagemaat de gedichten vaak met (pseudo)-Middelnederlandse fragmenten; haar liefde voor Hadewych indachtig: ‘Jy geckie / verliefde dweilie, jy my draghen in / zwickzwackwitplasticrondeeltje?’ Dat is bevreemdend, maar tegelijk ook grappig en ontregelend. De dichtende magiër spreekt zelf over het ‘omdraaien van een vaste matrix in ons hoofd’. En dat is inderdaad wat ze voortdurend doet.
[Danny Dobbelaere]
[Danny Dobbelaere]
NBD Biblion
Arjen van Meijgaard
De dichter ontving in 2005 de C. Buddingh'-Prijs voor haar eerste bundel. In deze vierde bundel…
De dichter ontving in 2005 de C. Buddingh'-Prijs voor haar eerste bundel. In deze vierde bundel speelt de pad een belangrijke rol. Zoals in het openingsgedicht waarin ze de pad probeert te definiëren. Moet hij gekust worden zoals de kikker? Nee, 'De pad zingt een lelijk lied. / Hij is afschuwelijk'. In soms uitvoerige, dan weer kleine prozagedichten schrijft ze over de natuur, het kind, de tijd, moeder, de ander, ik. Met mooie beeldspraak: 'Je stem van losse draden' waar in dit geval helaas een cliché op volgt: 'Klanken liggen verward op de mist.' Het tempo ligt hoog, er wordt veel gezegd in een gedicht, met af toe indringende plastische beelden die met zintuigen of het lichaam te maken hebben en daardoor doen denken aan Leo Vroman. Wat in de middag stoort. Het vel aanvreet. Scherp als het zout de lucht. De pagina’s zijn niet in nummers opgedeeld, maar in minuten (van nulstse tot tachtigste). En onderaan elke bladzijde staat een zin of regel, die samen een lang gedicht lijken te vormen, ook weer over de pad (de pad heeft zich vergist). Boeiende bundel met veelzijdige poëzie.