Vissenschild : een episch gedicht
Nachtopera : een episch gedicht
Nachtopera : een episch gedicht
Nederlands
2015
Volwassenen
In Nachtopera vertellen drie verschillende stemmen het verhaal over een man, een vrouw en een kind die er niet in slagen een gezin te vormen en daarin jammerlijk ten onder gaan. Het kind weet zich ten slotte te ontworstelen.
Liesbeth Lagemaat (Bergen op Zoom, 1962) studeerde Nederlands en Taal- en Literatuurwetenschap. Lagemaat heeft gewerkt als journalist, actrice, reclametekstschrijver, account…
Meer
In Nachtopera vertellen drie verschillende stemmen het verhaal over een man, een vrouw en een kind die er niet in slagen een gezin te vormen en daarin jammerlijk ten onder gaan. Het kind weet zich ten slotte te ontworstelen.
Liesbeth Lagemaat (Bergen op Zoom, 1962) studeerde Nederlands en Taal- en Literatuurwetenschap. Lagemaat heeft gewerkt als journalist, actrice, reclametekstschrijver, accountmanager en docent Nederlands.
Na enige jaren verspreid poëzie te hebben gepubliceerd, vooral in Maatstaf en De tweede ronde, verscheen in 2005 haar debuutbundel Een grimwoud in mijn keel, waarvoor ze de C. Buddingh'-prijs kreeg toegekend.
Sindsdien wordt haar werk opgenomen in diverse literaire tijdschriften en bloemlezingen.
Minder
Details
Genre
Gedichten
Extra onderwerp
Titel
Nachtopera : een episch gedicht
Auteur
Liesbeth Lagemaat
Taal
Nederlands
Editie
1
Uitgever
Amsterdam: Wereldbibliotheek, 2015
76 p.
76 p.
ISBN
9789028425675
Besprekingen
NBD Biblion
T. van Deel
De vijfde dichtbundel van Liesbeth Lagemaat (1968) heeft als ondertitel 'Een episch gedicht'. De…
De vijfde dichtbundel van Liesbeth Lagemaat (1968) heeft als ondertitel 'Een episch gedicht'. De personages die in het verhaal optreden zijn een man, een vrouw en een kind; in de drie delen van het gedicht krijgen zij, in deze volgorde, een stem. Hun onderlinge verhoudingen worden dus steeds van alle kanten belicht. Erg verhelderend is dit meervoudige perspectief overigens niet, al valt er ten minste uit te begrijpen dat alle leden van dit gezin op zeer gespannen voet met elkaars levens staan. Het kind lijkt er nog het best vanaf te komen. Voor de relatie vrouw en man geldt: "het kind was ons / een wig". Lagemaat dicht niet met mondjesmaat, maar grossiert in bloemrijke, breed uitgemeten, ongegeneerd pathetische taal. "Ze heeft me gegeseld. Ze sloot me op. Het kind was / een kooi voor mij en de man. En zijn hand. Het kind drong zich in. At me en // dronk me, bezat me. Zwerfvuil was ik, in de straat, ik warrelde op, daalde / neer [...]."