Details
75 p.
Besprekingen
NBD Biblion
Trouw
Is een tragische gebeurtenis ongedaan te maken? Is tijd terug te spoelen tot net voor dat bewuste moment, om vanaf daar de geschiedenis een andere wending te geven? Een man ervan weerhouden een vliegtuig in te stappen, een zoon vragen een andere route naar huis te fietsen, de ogen open houden die ene middag aan zee. Een minuut, minder soms en alles had anders kunnen lopen. Wat als. Het nooit te beantwoorden 'wat als'. Mischa Andriessen gaat er in zijn nieuwe bundel 'Winterlaken' de strijd mee aan.
Andriessen liet in zijn vorige bundels al zien weinig woorden nodig te hebben om ongemakkelijke, complexe relaties tussen mensen bloot te leggen. Spannend was zijn poëzie, veel bleef ongezegd in zijn heldere, nogal eens naar proza neigende regels.
Ook nu zijn er kale woorden. Man, vrouw, zee, tuin. De openingsscène: een man en een vrouw, de een in het huis, de ander erbuiten. De afstand tussen beiden lijkt onoverbrugbaar, ooit was het anders. Die avond dat de danszaal al leeg was. Zij zou bij hem achterop, maar de bagagedrager was kapot.
En zo belanden ze samen op een matras. Toeval. Gelukkig toeval.
Zoals wat later aan het strand gebeurde, stomme pech was. "Daar was een kind, een halve minuut hooguit, aan de aandacht van zijn soezende ouders ontsnapt." De 'mollige beentjes' waren naar het water gelopen, waren er kopje-onder gegaan. "Het was weg."
Een rechttoe rechtaan vertelling is het nergens. Andriessen mengt poëzie met prozaschetsen, met liedjes, citaten, met allerlei mythische verwijzingen. Ingehouden en zonder sentiment volgt hij wat er in een hoofd gebeurt, het spoor terug en weer vooruit; registreert hij wat er tussen twee mensen gebeurt, kan gebeuren, als een kind er niet meer is.
De man en de vrouw, ze zoeken, steeds weer. Aan het water, hand boven de ogen op de uitkijk. Is dat ene stuk touw, niet toch? Onder water: "Het is alles goud daar beneden / Maar wie in het water afdaalt / Wanneer de geest hem grijpt / Zal de weg omhoog nooit weten".
In gedichten waaruit al het overbodige is weggefilterd worstelen de man en de vrouw met hoe het gebeurde ongedaan te maken. Met hoe verder, met vragen over schuld.
"Ik keek in een verweerd gezicht / Door wezensvragen afgetobd / Zei je weet het toch nog / Als er iemand dient te zijn / Die de verwijten moet dragen/ Schuif de schuld dan op mij / Alsof het daarmee is opgelost / De wijzer die vastzat loskomt / Weer plotseling verspringt zei jij / Het ogenblik van ons wegkijken / Ten langen leste toch ten einde is".
En toch blijft het licht in deze dans van afstand en nabijheid, van terugkijken en verdergaan. Andriessen buigt zijn taal (met een hoofdrol voor het enjambement) zo dat er geen antwoorden komen. Niet kunnen komen. Het is stil in deze bijna adembenemende vorm voor gemis.
De Bezige Bij; 80 blz. € 19,99.