Het boek der gelijkenissen : een liefdesroman
Het boek der gelijkenissen : een liefdesroman
Details
207 p.
Besprekingen
De Morgen
Komt niet alle literatuur in diepste essentie voort uit doodsangst? Een banale vraag, maar vaak is toch het volslagen onbegrijpelijke van onze eindigheid een dieperliggend thema. Soms gaat een boek er zelfs in z'n geheel over, met onthutsende eerlijkheid. Zoals dat van Per Olov Enquist. Hij verkondigt aan het begin van zijn nieuwe roman stellig: "Hij is niet bang voor de dood. Maar de weg erheen jaagt hem steeds meer angst aan." Die 'hij' is Enquist in derde persoon, een vermomming die de schrijver eerder toepaste in zijn laatste twee autobiografische romans. Traditiegetrouw is Enquist een geweldige angsthaas. Hij ontwijkt op alle mogelijke manieren zijn geschiedenis, al biechtte hij al verschillende zonden op, zoals zijn alcoholisme. Enquist is nu vooral bang voor de gekken in zijn familie. Soms vermoed je inderdaad gelijkenissen, omdat het proza zo chaotisch en angstig zoekend is.
"Als hij schreef was hij nooit bang, maar alleen dan", beweert hij. Dat lijkt te kloppen, al herneemt en verwerpt Enquist regelmatig datgene wat hij eerder aan het papier toevertrouwde. Hij herhaalt zijn zinnen om die spottend te becommentariëren. Ook spreekt hij zichzelf voortdurend tegen; de waarheid is geen vaste, grijpbare klont. Conclusie: feiten bestaan niet, ze zijn feit door de ordening van de fragmenten. Het schrijven ordent. Ook al probeert hij zo getrouw mogelijk te zijn (en dus chaotisch), de feiten blijven leugenachtig. Hij speldt zichzelf en de lezer iets op de mouw.
Op het moment dat hij op zijn zevenenzeventigste naar het plafond van de ambulance staart, in de veronderstelling dat het snel gedaan zal zijn nu zijn maag bloedt, is hij vol berusting. Later blijkt dat de paniek hem toch om het hart sloeg, hoe laconiek hij de woorden ook over het papier laat glijden. Niet voor niets keren zijn "vrienden aan de oever" als een refrein terug: allemaal staan ze aan de rand, obool in de hand, gereed om over te steken. Behalve hij. Dit boek is dan ook zijn farewell goodbye, zijn wisselgeld voor de oversteek.
Kwastvrije grenenvloer
U hebt het vast al begrepen: Het boek der gelijkenissen is geen gewone roman. Geen geijkte spanningsopbouw, geen plot die soepeltjes wordt afgewikkeld. Deze roman is een bonkige, haperende zoektocht vol uit hun verband gerukte fragmenten. Het is Enquists queeste naar de verwantschap tussen dood en lust. De werkelijke aanleiding voor dit boek is de dood van een vrouw die hem inwijdde in de mysteriën van de lust. Hij zou er nooit over spreken, maar nu ze overleden is, maakt het niet meer uit. Ze is "de vrouw op de kwastvrije grenenvloer" die hem, vijftien terwijl zij veertig was, voorzichtig maar vastberaden leidde. Totaal overrompeld arriveerde hij binnen in haar, de afgesproken grens van twee centimeter passerend.
Terwijl hij dit alles ontrafelt (en uiterst sensueel beschrijft), komt hij er geloofstechnisch niet uit. De mysterieuze volmaaktheid deed hem toen al denken aan de tweede wederkomst van Jezus, maar tegelijk zweemt hij naar Maria-verering, met als complicerende factor dat zijn moeder Marja heette: het wemelt van de gelijkenissen. Hij realiseert zich dat het zondige heilig is en dat daarom het zondige steeds opnieuw uitgeprobeerd moet worden. Het raadsel, deze openbaring, laat hem van zijn geloof vallen, al wemelt het in dit boek nog steeds van de Bijbelse verwijzingen. Dat de liefde voorgoed gecompliceerd werd, zal niet verbazen. Hij verlangt ernaar en vreest ervoor.
Op de begrafenis van "de vrouw op de kwastvrije grenenvloer" vertelt haar nichtje hem dat zij had gehoopt dat Enquist nog een liefdesroman zou schrijven. Ze had begrepen dat Enquists historische romans allemaal manieren waren om dat indrukwekkende moment uit zijn jeugd te verdoezelen, en daarmee de puurheid van liefde. Zelf is Enquist ervan overtuigd dat hij geen liefdesroman kán schrijven, al staat op de kaft van dit boek 'Een liefdesroman'. Hij noemt dit 'werkboek' een 'schijtton' en erkent dat wat hij schreef slechts een uitvlucht was. Evengoed onderneemt Enquist een dappere poging om dichter bij de betekenis van het leven te komen, juist door zijn diepste angst in zijn proza toe te laten. Ondanks al het ontwijkende gefladder ontroert dat.
Per Olov Enquist,Het boek der gelijkenissen, Anthos, 208 p., 21,95 euro.
Vertaling: Cora Polet.
FLEUR SPEET ■
De Standaard
Van F. Scott Fitzgerald is de uitspraak bekend dat je uitroeptekens moet mijden, omdat een uitroepteken is als lachen met je eigen grap.Het boek der gelijkenissen van Per Olov Enquist staat vol met uitroeptekens, verrassend genoeg ook halverwege zinnen, maar het is lang zoeken naar gelach, laat staan naar grappen. Enquist is de man van de ernst en de eeuwige twijfel.
De Zweedse succesauteur werd bekend met grondig gedocumenteerde historische romans alsDe vijfde winter van de magnetiseur (2002) enHet bezoek van de lijfarts (2000). Ze zijn erudiet, meeslepend en door hun nieuw perspectief op de geschiedenis vaak ook controversieel. Op die manier dient Enquist een bijzondere zoektocht naar waarheid.Het bezoek van de lijfarts gaat over Struensee, de Duitse lijfarts van de zwakzinnige Deense koning Christian VII, die vanaf 1770 de facto alleenheerser werd van Denemarken. Enquist portretteert de als gewetenloze manipulator gecanoniseerde man als een sympathieke verlichtingsdenker die onterecht ter dood wordt veroordeeld.
InDe reis van de voorganger (2003) doet hij iets gelijkaardigs met Lewi Pethrus, de stichter van de Zweedse pinkstergemeente in het begin van de vorige eeuw. Dwars tegen de intellectuele traditie in portretteert hij de complexe Pethrus erg mild.
Die roman kwam dicht bij Enquists eigen ervaringen. De schrijver groeide op in een sektarisch-piëtistisch dorp in Västerbotten, een landelijke streek in Noord-Zweden, en werd overeenkomstig Pethrus' leer opgevoed zonder alles wat hem van verlossing zou kunnen afhouden.
De poëzie van het wonder
Die religieuze opvoeding heeft een pessimistische sluier gelegd over het oeuvre van Enquist, en niet het minst overHet boek der gelijkenissen. Daarin blikt een 76-jarige schrijver terug op zijn leven - de vroege dood van zijn vader, zijn strengreligieuze moeder die uit piëteit de liefdesgedichten van haar man heeft verbrand, zijn schrijverscarrière, zijn alcoholproblemen en drie huwelijken, zijn als schimmen op de dood wachtende vrienden.
Die religieuze opvoeding verklaart ook de aantrekkingskracht van het gelijkenisconcept uit de titel voor Enquist. In de Bijbel is de gelijkenis een soort poëzie die niet zondig is, poëzie over het wonder. Precies omdat die 'gedichten' de verlossing niet hypothekeren, zien de piëtisten er geen kwaad in. Het hoofdpersonage beschouwt de gelijkenis als een manier om 'het kortstondige en gevoelige in te sluiten en vast te houden', ook al is dat altijd futiel, want als je het wonder probeert te vatten, verdwijnt het gewoon.
Met dat wonder maakt hij voor het eerst kennis op zijn vijftiende, wanneer hij door de 51-jarige 'vrouw op de kwastvrije grenenvloer' wordt ingewijd in de lichamelijke liefde. Enquist beschrijft het subtiel, ontroerend en vanzelfsprekend. Daar en dan ontstaan gevoelens die, via 'de spier van de verbeeldingskracht', uitdeinen en alle hoeken en kanten van zijn leven vullen.
Het conflict van het hoofdpersonage is duidelijk: 'Het geloof was de vorm van verwardheid die de verdoemden, welke dorsten naar de liefde en naar het vrouwenlichaam, zou redden.' Maar toch ervaart hij een bevrijding, alsof hij net de zin van het leven heeft ontdekt. Het werkt zo verslavend dat hij het nooit meer kan loslaten. Negen jaar later ziet hij de vrouw nog eens terug op een perron, in een onwezenlijk, hartverscheurend kort moment waarnaar hij maar blijft terugkeren.
Het eeuwige herkauwen
Terwijl dat gevoel van liefde en lust in zijn verbeelding verder uitdijt, raakt het inHet boek der gelijkenissen steeds meer verweven met thema's als trauma, schuld, boete, herinnering en dood. Zoals wel vaker bij Enquist is de grens tussen fictie en non-fictie daarbij vrij dun. Het hoofdpersonage blijft zonder naam, maar zijn achtergrond lijkt autobiografisch gemodelleerd.
Met als hoofdpersonage een schrijver, nog zo'n autobiografisch element, krijgtHet boek der gelijkenissen een metalaag. Het nichtje van 'de vrouw op de kwastvrije grenenvloer' geeft hem, op de begrafenis van haar tante, haar analyse over zijn boeken: 'Ze vond het maar niks dat je als het ware geen ordening in je boeken aanbracht, om het zo maar te zeggen, ze zei dat je om de dingen heen draaide, dingen die je zonder omwegen had moeten vertellen.' De schrijver deelt die analyse, en geeft grif toe dat historische romans het beste middel zijn om iets persoonlijks af te schermen. Dat is ook de reden waarom hij er maar niet toe komt om een liefdesroman te schrijven: 'in een liefdesroman kun je niet wegkruipen'. Het zou te persoonlijk worden.
Dat gebrek aan ordening, die intuïtieve verwevenheid van thema's en de soms erg persoonlijke, duistere en hermetische beelden worden ook gereflecteerd in de romanstructuur. Enquist gaat niet recht op zijn doel af. Door te schrijven, denkt hij na, en waadt hij door het moeras van zijn verleden - zoeken, vinden, afdwalen, kortom 'het eeuwige herkauwen'. Misschien is er niet eens een doel, maar eerder een zin. Dat betekent wel datHet boek der gelijkenissen zich niet altijd even gemakkelijk laat bedwingen.
'Liefde en dood zijn dingen die niet te beschrijven zijn, maar wel aangetoond kunnen worden', schrijft Enquist berustend. WieHet boek der gelijkenissen heeft gelezen, weet wel beter: niet iedereen kan het, maar net hij wel, in wat dan toch Enquists eerste liefdesroman is - zo luidt ook de ondertitel. Kort samengevat komt het hierop neer: de liefde is dat wat groter wordt als je deelt met anderen, na de helderheid en de nevelen komt de dood, een leven zonder lijden is geen leven, en niets, niets gaat ooit over.
PER OLOV ENQUIST
Het boek der gelijkenissen.
Vertaald door
Cora Polet, Anthos, 207 blz., 21,95 ? (e-boek 14,99 ?).
De auteur: sindsHet bezoek van de lijfarts wereldbekende Zweedse schrijver van historische romans, theater, politieke columns, filmscenario's...
Het boek: de herinneringen van een 76-jarige schrijver, gemodelleerd op Enquist zelf, die op zoek gaat naar bepalende momenten in zijn leven.
ONS OORDEEL: subtiel, ontroerend en soms hartverscheurend, maar niet altijd even gemakkelijk.
¨¨¨¨è
Alexander Van Caeneghem ■
Leeswolf
[Freek Adriaens]