Details
177 p.
Besprekingen
De Standaard
Een struise, kalende man met rubberlaarzen aan de voeten, in de ene hand een hengel, in de andere twee stevige snoeken. De foto op het omslag laat er geen twijfel over bestaan: de Tsjechische schrijver en sportjournalist Ota Pavel was een fervente visser.
Waarom het vissen zoveel voor hem betekende, beschrijft hij in zijn prachtige memoires Hoe ik de vissen ontmoette . Vijftig jaar na Pavels onverwachte dood, een hartaanval op amper 43-jarige leeftijd, verschijnt een nieuwe, fijngevoelige vertaling door Edgar de Bruin.
In het eerste deel keert Pavel terug naar zijn kindertijd. Tijdens de zomervakantie strijkt het gezin uit Praag neer langs de rivier Berounka in Bohemen en wordt er in het vissen ingewijd door een oude veerman. In het door land omgeven Tsjecho-Slowakije speelt dat vissersleven zich af aan beken, rivieren en meren. Er ontstaat een kier naar een geheimzinnig wateruniversum dat zich nooit helemaal laat doorgronden, hoeveel uren een mens ook langs de oever doorbrengt.
Nukkige vissen
Met veel liefde beschrijft Pavel de rijkdom van de vissenwereld. Naast de obligate karpers, forellen en palingen - elk met hun eigen nukken - maken we kennis met riviergrondels, blankvoorns en elritsen. Die laatste zijn mysterieuze wezens met 'bloedrode lippen' en een lijf dat 'een spel (is) van smaragdgroen en fluweelzwart'.
Net zoals op een stralende dag plots wolken voor de zon kunnen schuiven, trekken er stemmingswisselingen door de warme jeugdherinneringen. Tijdens een gevecht met een barbeel raakt de jonge Pavel in de war van de wreedheid die met het vissen gepaard kan gaan. 'Toen ik hem in het bedauwde gras had getrokken, aaide ik hem als een hond of een kat. Maar het was een vreemd lijf, koud, een vissenlijf. Direct daarop stak ik een mes door zijn kop (…) De machtige vinnen zakten in en het lijf, dat leek op een prachtig zilveren vliegtuig voor lange afstanden, doofde uit.' Wat verder vraagt hij zich af: 'Waar komt dat stropersbloed in ons vandaan?'
Ook in de buitenwereld verglijdt de idylle in een nachtmerrie. De oorlog breekt uit en het gezin is half Joods. Terwijl zijn vader en broers worden afgevoerd naar de kampen, probeert de piepjonge Pavel zijn moeder en zichzelf in leven te houden. Niet toevallig door illegale visvangst, weliswaar in een waterlandschap dat ontregeld is door bombardementen.
De zorgen ebben weg in het tweede deel. Pavel is nu 'een onverschrokken jongeman' die de wereld verkent. Er spreekt verbazingwekkend veel vrijheid uit de verhalen, als je beseft dat Tsjecho-Slowakije op datzelfde moment ingesnoerd raakte achter het IJzeren Gordijn.
Aan die politieke context maakt Pavel echter geen woorden vuil. Met een vriend onderneemt hij een meerdaagse kanotocht alsof ze een woeste stroom in Canada bedwingen. Hun jeugdige onbezonnenheid komt hun duur te staan, wat een hilarisch reisverslag oplevert: de muggen steken, de vissen bijten niet en op een haar na verdrinken ze. Nochtans hoef je het avontuur niet ver te zoeken. Onderweg meren ze aan bij een oude visser die dag in dag uit op dezelfde plek zit. Een kaduke auto doet dienst als slaapplaats én koffie- zetapparaat. 'Slim als hij is heeft hij een stekkie op aarde gevonden waar hij gelukkig is, terwijl anderen hopen dat stekkie in de hemel te krijgen.'
Psychiatrie
De filosofische observaties en sappige humor keren terug in het derde deel, waarin de verhalen zich concentreren rond de mannenuitstapjes met zijn vader en broers. Het vissen smeedt opnieuw een band tussen de verschillende generaties van een familie die door de oorlog uiteengerukt werd.
De ware betekenis van dat alles dringt pas door in de indrukwekkende epiloog over het keerpunt in zijn leven. In 1965 raakte de bipolaire Pavel in een manische fase terwijl hij aan het werk was op de Olympische Winterspelen in Innsbruck. Hij belandde vijf jaar in de psychiatrie en wilde meermaals een einde maken aan zijn leven. Over het vissen realiseert hij zich in die jaren: 'Ik besefte dat juist dit het mooiste was wat ik op de wereld heb meegemaakt. Waarom was het 't mooiste? Ik kan het niet goed uitleggen, maar ik heb geprobeerd het met dit boek te vertellen.' Daar is hij met verve in geslaagd.
Vertaald door Edgar de Bruin, Koppernik, 184 blz., € 22,50.