Boek

Circulaire systemen : gedichten

Circulaire systemen : gedichten
×
Circulaire systemen : gedichten
Boek

Circulaire systemen : gedichten

Nederlands
2002
Volwassenen
Men stelt zich voor in een circuit,in een foyer, iets paradijselijksmet tapis–plain en hier en daar een vis.Niet op een steile mentale tribune!In elk cv-model verarmtde waterloop en klinkt erna een tijd repetitief getikdat de zenuwen verhit.Dat wie dat hier een lacune vindt,daar inspringt.Derde bundel van nieuwe Vlaamse poëziestem. Paul Bogaert (Brussel, 1968) publiceerde eerder de dichtbundel Wel…
Men stelt zich voor in een circuit,
in een foyer, iets paradijselijks
met tapis–plain en hier en daar een vis.
Niet op een steile mentale tribune!
In elk cv-model verarmt
de waterloop en klinkt er
na een tijd repetitief getik
dat de zenuwen verhit.
Dat wie dat hier een lacune vindt,
daar inspringt.

Derde bundel van nieuwe Vlaamse poëziestem. Paul Bogaert (Brussel, 1968) publiceerde eerder de dichtbundel Welcome hygiene (1996) en, in een bibliofiele uitgave, het lange gedicht 'Toespraak' (1998). Gedichten uit Circulaire systemen stonden in onder andere De Gids, DWB, Yang en Nieuwzuid.

Leeswolf

Een van de taaie misvattingen over poëzie is dat ze alleen met gevoelsuitdrukking te maken heeft, met biecht en belijdenis. Vele bloemlezingen en het gros van de dichters bevestigen die opvatting, gesteund door de emocultuur, vergetend dat het 'ik' reddeloos is. In Paul Bogaerts tweede bundel komt de ikvorm slechts eenmaal voor: "Het is echter geweten: laat men een persoonsvorm los, / een ikfiguur, men hoort een vogel / in een schroef, men trapt in een refrein." In die val wil de post-postmoderne dichter niet trappen. Zijn 26 gedichten schuiven een 'men' naar voren, het onpersoonlijke voornaamwoord dat je vooral aantreft in recepten en instructies. Een onpoëtisch woord. Ook de stijl en de woordkeuze van deze tienregelige gedichten hebben iets hards en zakelijks. Ze gaan vaak over onmenselijk genoemde technische dingen als een roltrap, een draaideur, een betonmolen, een kinetic watch. Maar is ook de mens (bloedsomloop, ademhaling) geen circulair systeem? Het alfabet, de taal die ons gevangen houdt, het systeem dat ons de wereld voorschotelt? En het lezen, dat lijf-aan-lijfgevecht met de tekst en de auteur? Als men zich door deze Circulaire systemen beweegt, wisselt men voortdurend tussen een zakelijke, objectieve en een subjectieve, antropomorfe interpretatie. Daarvoor zorgt de meerduidigheid van woorden en zinsconstructies: "opwinding", "als er iemand iets invalt", "door de afstand opgelicht", "cv-model" (centrale verwarming en curriculum vitae). Bogaert construeert gedichten als pas-stukken, die men uit kan proberen, die afstoten en aantrekken, en die vooral in hun compacte, onnadrukkelijk schitterende taalvorm blijven fascineren. Misschien voelt u niets voor gedichten waar u nauwelijks vat op krijgt, die in geen vertrouwd schema vallen. "Ook u herhaalt uw angsten / dan in stop! stop! stop! stop nu! / Niemand echter krijgt dat vertaald / naar later, slechte vrienden, speeltuintuig / aan wie waaraan in wie waarin men zich bezeert." Betoverende, elektriserende helderheid, sinds Welcome hygiene (Li 1997, p.112) en Toespraak (1998) het waarmerk van een dichter die ons beeld van wat literatuur is, omwentelt. [Erik de Smedt]

NBD Biblion

Hans Groenewegen
Met zijn tweede bundel realiseert Bogaert (1968) een groot ontwerp. Bestond 'Welcome hygiëne' (1996*) uit een negental ongelijksoortige cycli, 'Circulaire systemen' is één doorgecomponeerde bundel. Zesentwintig tienregelige gedichten staan op de zichtpagina's die doortellen van 01 tot 26, de ongenummerde linkerpagina's zijn leeg gelaten. Een alfabetisch uitgangspunt voor de compositie is als suggestie aanwezig, maar laat zich nergens vastleggen. Op soortgelijke wijze werkt Bogaert met een beperkt aantal motieven. Ze keren steeds weer in verschillende woorden en lijken te worden gegenereerd door verschillende onderliggende circulaire systemen. Nergens kristalliseren ze uit tot een vast net van betekenissen of metaforen. Daarom ontstaat paradoxaler wijs niet een gesloten, maar een open poëzie die de lezer activeert. Het Kouwenaarse lyrisch subject 'men' wordt terecht gebruikt. Het bemiddelt op vergelijkbare wijze het 'ik' van de dichter met het 'ik' van de lezer. Deze bundel onderstreept dat belangrijke vernieuwende impulsen in de Nederlandse poëzie op dit moment uit Vlaanderen komen.