Details
61 p.
Besprekingen
NBD Biblion
Trouw
Het lijkt zo alledaags en huiselijk allemaal: 'De theeketel snerpt. De wasmachine bonkt en rommelt.' Hier wordt gewoon het huishouden gedaan. Hoewel? Zo knus is het misschien toch niet. 'Het kind houdt zijn hand/ voor het eerst in de vlam.' Het zijn regels uit de meest recente bundel van Willem Thies, Mijn zoon hij zegt, die meer van dat soort scènes bevat. Intieme momenten tussen een vader en een zoon. Vader die liefst de rol van beschermer op zich zou nemen, die daarvoor zijn 'zachtmoedige' kant wil camoufleren, zichzelf een 'militaire tucht' poogt op te leggen om zo onrust, gevaar op afstand te houden. Een vader die zijn zoon niet wil belasten met ingewikkelde gevoelens als 'schuld', die onvermijdelijk opdoemen als ouders uit elkaar gaan: 'ik draag de koffer/ van mijn zoon zodat hij onbelast reist naar zijn tweede huis'.
Maar een vaderlichaam als 'huif' over een klein jongenslijf houdt de werkelijkheid niet op afstand. Ook bij de zoon komt langzaam het besef dat het leven schaduwkanten heeft die zich niet zomaar laten wegduwen: 'Het vertrappen van een mier is zondig, mijn zoon hij zegt,/ (...)/ hij zit op de bank en klopt/ onopvallend op zijn hoofd om een gedachte weg te sturen.'
De kleine momenten stapelt Thies in gedichten waaruit effectbejag is weggeschrobd. 'Stijl is franje. Poespas', klinkt het bij aanvang streng. Wat niet wegneemt dat er onvergetelijke regels in deze bundel staan. Hoe mooi dit, van een slapend kind, 'zijn ademteugen geven kopjes/ tegen mijn borst'.
Thies schrijft persoonlijk, zo liet hij ook in eerder werk zien, maar houdt de regels ingetogen. Al heeft hij nu en dan de neiging om een krachtig beeld uit te willen leggen, en zijn sommige scènes net te klein om boven de anekdote uitgetild te worden. Van een vertrapte mier tot een kat die een kikker doodt, van kneuzingen tot gestorven vrienden - leven is ook omgaan met pijn en verlies. Tot de wereld zelf ten onder gaat.
Thies toont zich ingehouden geëngageerd als hij in de slotafdeling van de bundel - refererend aan zijn debuut - schrijft over zijn studentenbaantje in een abattoir: 'Overal gestorven dieren./ In de winkel verpakt in plastic./ Plastic ruikt naar niks. Plastic ruikt naar dood en seks.'
Willem Thies, Mijn zoon hij zegt, Podium; 64 blz. € 21,99.
Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie.
Opdat anderen niet weten
dat ik zachtmoedig ben, schrijf ik in de nacht,
in het schijnsel van een zwakke lamp.
Ik neem verantwoordelijkheid, snijd de schuld van mijn ex-vrouw
in tweeën en eet
hem op als ontbijt, als spijt, ik draag de koffer
van mijn zoon zodat hij onbelast reist naar zijn tweede huis,
en ik, losgebroken dierentuindier plots in het opene, schrik
van de wind in het onbeschutte.