Book
Dutch

Circulaire systemen : gedichten

Paul Bogaert (author)

Circulaire systemen : gedichten

Men stelt zich voor in een circuit,
in een foyer, iets paradijselijks
met tapis–plain en hier en daar een vis.
Niet op een steile mentale tribune!
In elk cv-model verarmt
de waterloop en klinkt er
na een tijd repetitief getik
dat de zenuwen verhit.
Dat wie dat hier een lacune vindt,
daar inspringt.

Derde bundel van nieuwe Vlaamse poëziestem. Paul Boga

Title
Circulaire systemen : gedichten
Author
Paul Bogaert
Language
Dutch
Publisher
Amsterdam: Meulenhoff, 2002
26 p.
ISBN
90-290-7128-1

Reviews

Een van de taaie misvattingen over poëzie is dat ze alleen met gevoelsuitdrukking te maken heeft, met biecht en belijdenis. Vele bloemlezingen en het gros van de dichters bevestigen die opvatting, gesteund door de emocultuur, vergetend dat het 'ik' reddeloos is. In Paul Bogaerts tweede bundel komt de ikvorm slechts eenmaal voor: "Het is echter geweten: laat men een persoonsvorm los, / een ikfiguur, men hoort een vogel / in een schroef, men trapt in een refrein." In die val wil de post-postmoderne dichter niet trappen. Zijn 26 gedichten schuiven een 'men' naar voren, het onpersoonlijke voornaamwoord dat je vooral aantreft in recepten en instructies. Een onpoëtisch woord. Ook de stijl en de woordkeuze van deze tienregelige gedichten hebben iets hards en zakelijks. Ze gaan vaak over onmenselijk genoemde technische dingen als een roltrap, een draaideur, een betonmolen, een kinetic watch. Maar is ook de mens (bloedsomloop, ademhaling) geen circulair systeem? Het alfabet, de t…Read more
Met zijn tweede bundel realiseert Bogaert (1968) een groot ontwerp. Bestond 'Welcome hygiëne' (1996*) uit een negental ongelijksoortige cycli, 'Circulaire systemen' is één doorgecomponeerde bundel. Zesentwintig tienregelige gedichten staan op de zichtpagina's die doortellen van 01 tot 26, de ongenummerde linkerpagina's zijn leeg gelaten. Een alfabetisch uitgangspunt voor de compositie is als suggestie aanwezig, maar laat zich nergens vastleggen. Op soortgelijke wijze werkt Bogaert met een beperkt aantal motieven. Ze keren steeds weer in verschillende woorden en lijken te worden gegenereerd door verschillende onderliggende circulaire systemen. Nergens kristalliseren ze uit tot een vast net van betekenissen of metaforen. Daarom ontstaat paradoxaler wijs niet een gesloten, maar een open poëzie die de lezer activeert. Het Kouwenaarse lyrisch subject 'men' wordt terecht gebruikt. Het bemiddelt op vergelijkbare wijze het 'ik' van de dichter met het 'ik' van de lezer. Deze bundel onderstreep…Read more